Vergaderingen die wél werken: In 10 stappen het maximale uit je teamoverleg
Neem afstand van energieslurpende en vruchteloze overleggen.
Goed luisteren gaat verder dan horen welke woorden iemand gebruikt. Ook een aarzeling, stilte of verandering in toon kan aanleiding zijn om door te vragen. Ontdek hoe je met aandacht en gerichte vragen beter begrijpt wat je collega bedoelt en de samenwerking versterkt.
‘Ja hoor, dat lukt wel’, zegt een collega wanneer je vraagt of het voorstel vrijdag af kan zijn. De woorden zijn duidelijk, maar er valt eerst een stilte en het antwoord klinkt aarzelend. Betekent dat dat de deadline lastig wordt? Misschien. Misschien dacht je collega gewoon even na.
De manier waarop iemand iets zegt, kan reden zijn om een vraag te stellen. Je kunt er niet met zekerheid uit afleiden wat de ander denkt of voelt. Juist daarom helpt het om toon, tempo en stiltes op te merken én je indruk te toetsen.
In gesprekken letten we vaak vooral op het antwoord. Zegt iemand ja of nee? Is de taak duidelijk? Toch kan er na een ‘ja’ nog iets te bespreken zijn: een voorwaarde die niet is genoemd, twijfel over de planning of een vraag die iemand nog niet heeft gesteld.
Dat speelt niet alleen bij persoonlijke gesprekken. Ook tijdens een projectoverleg kan een korte aarzeling helpen om op tijd te ontdekken dat twee collega’s een afspraak anders begrijpen.
Een enkele stilte of gezichtsuitdrukking heeft geen vaste betekenis. Kijk liever naar het gesprek als geheel en vraag door wanneer iets onduidelijk blijft.
Je doet een voorstel en een collega zegt na een pauze: ‘Ja, prima.’ Ga er niet meteen van uit dat diegene het er niet mee eens is. Vraag bijvoorbeeld: ‘Zie je nog iets wat lastig kan worden?’
Zo geef je ruimte aan praktische bezwaren zonder woorden in de mond van je collega te leggen.
Op je vraag hoe een project loopt, krijg je ‘goed’ te horen. Dat kan een volledig antwoord zijn, maar misschien is de vraag te breed. Maak haar concreter: ‘Lukt het om de gegevens donderdag te verzamelen, of ontbreekt er nog iets?’
Een gerichte vervolgvraag levert vaak meer op dan proberen een korte reactie te verklaren.
Een collega die eerst uitgebreid meepraat en later kort reageert, kan ergens mee zitten. Er kunnen ook andere redenen zijn, zoals tijdsdruk of vermoeidheid.
Wil je het weten, benoem dan wat je opvalt zonder een conclusie te trekken: ‘Ik merk dat we snel over dit punt heen gaan. Is er nog iets dat we moeten bespreken?’
Stilte hoeft niet te betekenen dat iedereen akkoord is. Geef mensen even tijd en vraag daarna: ‘Welke vragen zijn er nog voordat we dit vastleggen?’ Je kunt ook vragen welk deel van het besluit nog onduidelijk is.
Daarmee maak je het makkelijker om iets aan te vullen dan met een snelle ‘Iedereen eens?’ aan het einde van een overleg.
Letten op de manier waarop iets wordt gezegd, werkt het best als je nieuwsgierig blijft. Je hoeft een blik of toon niet te ‘lezen’; je kunt controleren of je elkaar goed begrijpt.
Een paar zinnen die daarbij helpen:
Laat ook ruimte voor het antwoord ‘Nee, het is duidelijk.’ Niet iedere aarzeling vraagt om een langer gesprek.
Denk bij je volgende overleg eens terug aan een moment waarop je direct doorging na een kort antwoord. Was er iets wat je nog had kunnen verduidelijken? Probeer de volgende keer één open vervolgvraag te stellen voordat je een afspraak vastlegt.
Zo gebruik je wat je opmerkt om beter te begrijpen wat iemand bedoelt, terwijl de ander zelf kan vertellen wat er speelt.
Zoek je een communicatie training en wil je even sparren over jullie specifieke situatie? Geen probleem, we helpen je met plezier!
Onze training adviseurs staan klaar om je geheel vrijblijvend te adviseren.